17 mei voelde als een dag die nergens haast mee had. De lucht hing laag boven Raamsdonksveer, zwaar van regen die nooit echt doorzette, maar overal aanwezig was. Met de Blackmagic Pyxis 6K over mijn schouder en een oude Carl Zeiss Planar 50mm f/1.4 T* op de body gemonteerd, reed ik met de auto richting de tunnel nabij de Lambertuskerk.
Het beton daar heeft iets tijdloos. Alsof regen en wind het langzaam hebben gladgestreken tot een decor dat alleen nog wacht op licht. Of juist op het gebrek eraan. Die middag was alles grijs: de lucht, de muren, het water op de grond. Zelfs het geluid van passerende fietsen leek gedempt door het vocht in de lucht.
Met die Zeiss op f/1.4 kreeg alles een zachte spanning. Druppels op staal veranderden in kleine lichtvlekken. De tunnelademing, het natte asfalt, het koude beton — alles voelde filmisch zonder dat het zijn best deed. Dat is misschien precies waarom ik daar wilde filmen. Geen spektakel, geen perfecte zonsondergang. Alleen een plek die eerlijk was in hoe ze eruitzag.
De Pyxis dwong me om rustig te kijken. Niet jagen op shots, maar wachten tot een frame zichzelf liet zien. Een reflectie in een plas. Een fietser die even verdwijnt in het donker van de tunnel. Het moment waarop regenwater langs de muur naar beneden kruipt alsof de tijd vertraagt.
Soms zijn het niet de grote locaties die blijven hangen, maar juist dit soort vergeten stukken infrastructuur op een regenachtige middag in mei. Beton, donker weer, een oude lens en genoeg stilte om echt te kijken.






